Het meeste vuurwerk komt uit China. Daar vindt ook de classificatie naar gevarenklasse plaats. De classificatie vindt plaats op grond van internationale regelgeving voor vervoer en verpakking. Vuurwerk is naar aard en werking onderverdeeld in vier subklassen. Subklasse 1.1 is het zwaarste vuurwerk, subklasse 1.4 het lichtste. De vier subklassen zijn:
Subklasse 1.1: Gevaar voor massa-explosie (bijv. titaniumsalute-mortierbommen).
- Subklasse 1.2: Gevaar voor scherfwerking. Er bestaat geen risico voor massa-explosie.
- Subklasse 1.3:
- Gevaar voor brand, maar weinig gevaar voor scherfwerking. (bijv. normale mortierbommen).
- Gevaar voor brand en scherfvorming, maar geen gevaar voor massa-explosie.
- Subklasse 1.4: Gering gevaar voor ontploffing. De gevolgen blijven hoofdzakelijk beperkt tot de verpakking.
Volgens de Nederlandse regels moet consumentenvuurwerk altijd zodanig zijn verpakt dat het kan worden ingedeeld in de subklasse 1.4. Daarnaast blijven voor consumentenvuurwerk de bestaande regels van kracht, waarbij beperkingen zijn gesteld aan de hoeveelheden en soorten werkzame stof.