De Geschiedenis

De geschiedenis van Fallas, het blijft een lastig punt met diverse theorieën/verhalen. Feit is dat de eerste ‘gebruiken’, welke later resulteerden in het festival, er in vroeger tijden langzaam in geslopen zijn en heel beperkt gedocumenteerd, waardoor lang niet alles met 100%  zekerheid te zeggen valt. Toch is er echter wel een lijn in te vinden waarin de meeste theorieën in te herkennen zijn.

De eerste vormen van ‘poppen’, en daarmee min of meer de oorsprong van wat nu Fallas is,  kregen enkele honderden jaren geleden vorm. Bij het aanbreken van het voorjaar, waardoor het buiten steeds lichter werd, verdween voor de timmerlieden ook de noodzaak om te werken met kaarslicht in hun werkplaatsen. Als een gevolg hiervan, waren de houten kaarshouders/kaarsenstandaards, ‘parots’ genaamd, dan ook niet meer nodig. Om dit ‘te vieren’ werden de standaards (demonstratief) buiten bij/tegen het pand aangezet. Vaak werden de standaards aangekleed met oude lappen en ander (brandbaar) materiaal. Met de tijd gingen deze voorlopers van de ‘ninots’ steeds meer op echte poppen met eigen thema’s lijken. Uiteindelijk is dit gebruik samengekomen met katholieke gebruik van de viering van Sint Jozef (San José) op 19 maart. Op die dag werden de bouwsels van de timmerlieden verbrand. Dat het precies die dag was, is niet geheel toevallig. Sint Jozef is namelijk de beschermheilige van de timmermannen/handwerkers.

Rond het midden van de 18de eeuw was Las Fallas (of Les Falles, in het Valenciaans/Catalaans, wat toen de meest gangbare taal was) een simpel festival met vast programma van (kleine) activiteiten welke plaats vonden ter viering van de dag van Sint Jozef (19 maart). De inwoners werden op de vroege ochtend van de 18de wakker met uitzicht op (stro)poppen, welke op waren gehangen aan kabels (gespannen tussen de ramen van de gebouwen) of 1 of 2 poppen (ninots) welke op kleine platformpjes gezet waren, tegen de muren van de gebouwen. De voorstellingen van deze figuren hielden vaak verband gebeurtenissen, gedragingen of mensen, die in een bepaalde manier opvielen en werden afgebeeld voor publieke spot.

Gedurende de dag verzamelden kinderen en jonge lui vlambare materialen bereidde ze kleine vuurtjes voor, gemaakt van oude afgedankte objecten. De poppen en platformen werden dan verbrand op de dag van Sint Jozef, bij het invallen van het donker, te midden van de massaal toegestroomde, juichende buurtbewoners. De volgende dag was dan traditioneel een halve feestdag en de timmerlieden en vrome Valencianen bezochten hun lokale kerk om de dag van hun beschermheilige te vieren. De heiligen dag werd gevierd in veel huizen, ter ere van mensen genaamd “Pep” (een bekend afgeleide van de dan Sint Jozef). Deze viering was compleet inclusief cakes en andere baksels. In het kort: een populair buurtfestival dus.

De eerste documentatie gerelateerd aan Fallas is een officiële brief gericht aan de burgemeester van Valencia, met het verzoek aan hem een verbod in te stellen op het oprichten/opstellen van ‘poppen’ in de smalle straten en dichtbij huizen. Als een gevolg van deze maatregelen, gaf de stadspolitie (in die tijd nog verantwoordelijk voor de brandpreventie in de stad) de inwoners opdracht om hun ‘falles’ op te bouwen in wijdere straten, op kruisingen en op pleinen. Deze simpele maatregel was onbedoeld, op langere termijn, belangrijk voor een belangrijke transformatie van het festival.

[nggallery id=20]

Ondanks dat de poppen in basis nog altijd uit een platform met daarop een voorstelling bestonden, betekende de ‘vrijstaande’ plaatsing (in tegenstelling tot tegen een gebouw aan) dat de poppen er een nieuwe dimensie bij kregen. In plaats van 1 zichtlijn op de pop, kon je nu alleen een compleet beeld van de pop krijgen door er compleet omheen te lopen. Ook werd er door deze vrijstaande wijze gebruik gemaakt van nieuwe constructiemethoden.

Voor een lange periode werd de term ‘falla’ gebruikt om dingen als fakkels, (vreugde)vuren, poppen en platformen te omschrijven. Echter met het voorbijgaan van de tijd werd de betekenis van de term steeds meer en meer gebruikt om de complete (satirische) bouwsels te benoemen. De populairste waren de poppen met de meeste spot en satire en hier werd dan ook reikhalzend naar uitgekeken en door grote aantallen inwoners bezocht.

Deze satirische fallas werden vaak vergezeld van diverse pagina’s rijmende verzen, welke opgehangen werden aan nabijgelegen muren of aan het framewerk van het platform. Dit waren verzen gebaseerd op het thema van de falla. Tegen het midden van de 19de eeuw, werden deze verzen afgedrukt en gepubliceerd in een kleine boekvorm, genaamd een ‘Llibret’.
Door deze ontwikkeling kon er nog verder uitgeweid worden over het thema van de voorstellingen.

Elke falla had een specifiek thema en had een kritische, of op zijn minst een spottende, insteek. In tegenstelling tot de vroegere simpele (vreugde)vuren van oude afgedankte materialen, hadden deze fallas echt een onderwerp waarvan mensen een publieke correctie of op zijn minst commentaar hadden.
Er waren 2 onderwerpen welke mid-negentiende eeuwse Fallas vierders het meest bezighielden: Erotiek en Sociale kritiek.

In 1858 besloten de commissieleden van Plaza del Teatre tot het opzetten van een falla welke directe kritiek had op de grote sociale ongelijkheden in die tijd. De falla werd echter verboden door de autoriteiten. Uit protest besloot de commissie hetzelfde thema het jaar erop weer te gebruiken. Rond die tijd verschenen er ook steeds meer “falla eròtica”  (erotische fallas dus), wat bijdroeg aan een beetje een dubieuze reputatie en grote kritiek vanuit de kerk.

Gedurende de 19de eeuw had de stadsraad in het specifiek, en de rest van de autoriteiten in het algemeen, een voorzichtige en wantrouwige houding tegenover ‘las Fallas’.

Dit onderdrukkende politiek beleid,  wat officieel gerechtvaardigd werd met de noodzaak om de stad moderner en geciviliseerder te maken, met de intentie tot de uiteindelijke ‘uitroeiing’ van het populaire festival, werd intensiever in de jaren 1870 en verder. Doormiddel van het instellen van hoge belastingen voor de vergunningen die nodig waren om falles op te mogen bouwen en op publieke optredens en muziek, werd er extra druk gezet.

Dit leidde uiteindelijk tot de oprichting van een beweging die zich inzette voor de bescherming van deze typische tradities. Een resultaat hiervan was dat in 1885 een initiatief op werd gezet door de renaissance organisatie ‘Lo Rat Penat’, wat leidde tot de eerste uitgereikte prijzen voor de falles, door het blad ‘La Traca’, voor beste falles, in 1887.

Deze expliciete ondersteuning van de ‘burgerbevolking’, in de vorm van toekenning van prijzen voor de beelden, zorgde voor een competitieve sfeer onder de wijkcommissies en stimuleerde de verdere ontwikkeling hiervan.

Een nieuw ‘soort’ falla werd ontdekt: de ‘falla artistica’. Zonder de ‘kritische elementen’ volledig weg te laten, kwam de nadruk bij deze soort falla meer op het esthetische aspect te liggen en kwamen er andere soorten (formelere) voorstellingen, waar het meer om het beeld zelf draaide.

Te midden van een aanhoudende sociale roep, alsmede druk vanuit diverse culturele, recreationele, politieke en handels organisaties (welke de ontwikkeling van las Fallas ondersteunden in het eerste decennium van de 20ste eeuw) nam de stadsraad van Valencia (langzaam) een andere houding aan. Met de nodige voorzichtigheid en terughoudendheid nam de stadsraad in 1901 het uitreiken van prijzen aan de winnende falles, over van ‘Lo Rat Penat’. De uitegekeerde twee prijzen bedroegen 100 en 50 pesetas.

Begin 20ste eeuw vond er een omslag in het uiterlijk van de beelden plaats. De tot dan toe gangbare dubbele structuur (een platform met daarbovenop de voorstelling) maakte plaats voor een variant waarin de losse ninots niet meer het belangrijkste waren, maar draaide het om een meer diverse samenstelling van verschillende elementen. De fallas werden hoger en vaak opgebouwd uit een lage basis met losse figuren, een grote hoofdstructuur met daarboven vaak nog een figuur welke aansloot op het thema van de falla en de lagere lagen. Het werd dan ook meer een meer noodzakelijk om aandacht rond de falla te lopen, wou de bezoeker de boodschappen en alle facetten goed meekrijgen. Kortom, de beelden werden groter, indrukwekkender en majestueuzer en hun aanwezigheid was al van veraf duidelijk te zien.

[nggallery id=21]

De ‘druk’ welke ontstond door het competitieve element van de toekenning van prijzen, resulteerde er dan ook in dat met deze nieuwe bouwstijl, dat de falles steeds grotere en monumentale vormen aannamen.

In 1927 organiseerde de organisatie voor de promotie van het toerisme in Valencia de eerste Fallas bijeenkomst. Het succes van dit evenement leidde tot nog meer betrokkenheid van de Valenciaanse gemeenschap en een consequent stijgend aantal beelden in de straten.

Door deze groei van het festival ontstond er ook de noodzaak voor een beter geregelde organisatie. Als reactie hierop werden dan ook de ‘Associació General Fallera Valenciana’ en de ‘Comité Central Faller’ opgericht, met als doel het vertegenwoordigen van de diverse (wijk) commissies en het organiseren van het festival.

In 1929 begon het stadsbestuur van Valencia een poster competitie om Fallas verder te promoten. In 1932 nam het stadsbestuur de organisatie van het volledige programma van evenementen over en stelde het de ‘Setmana Fallera’ in, de (volledige) Fallas week.

Ondertussen waren de monumenten/beelden (steeds meer) het werk van gespecialiseerde vakmensen/artiesten welke diverse maanden werkten aan de bouw van de beelden. Deze vaklui hadden zich ondertussen ook samengevoegd tot de ‘Associació d’Artistes Fallers’.

Het was dan ook in deze periode dat Fallas het echte grote feest van de Valencianen werd en de vorm aannam van het geweldige festival wat het heden ten dagen nog steeds is!

<Vorig Hoofdstuk: Inleiding
>Volgend Hoofdstuk: Het verloop van Fallas