Proef
Scheveningers mogen proberen zelf vuurwerkvrije straten aan te wijzen. Gaat dat zonder ruzie? Burgemeester Krikke gelooft van wel.

Knallen of niet? Dat is de grote vraag met de jaarwisseling. Met een sentiment dat neigt naar een algemeen vuurwerkverbod is het voor burgemeester Pauline Krikke van Den Haag op eieren lopen. Het debat over de rotjes is ongeveer net zo explosief als dat over Zwarte Piet. Dus kijkt Krikke wel uit om al te rigoureuze maatregelen af te kondigen bij haar eerste jaarwisseling aan het roer.

Daarbij is het nog altijd wachten op het grote vuurwerkonderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Dat komt begin december, en kan cruciaal zijn voor het toekomstige knalbeleid.

Tot die tijd kiezen lokale overheden een eigen aanpak. In Den Haag gaat dat in kleine stapjes, voorzichtig, en niet te snel, blijkt uit de brief die Krikke gisteravond naar de raad stuurde.

Zo blijft het aantal officiële vuurwerkvrije zones gelijk, maar mogen bewoners in het stadsdeel Scheveningen gaan experimenteren met ‘hyperlokale’ knalvrije gebieden rond straten, pleinen of speelplekken.

Verheugt u zich al op het afsteken van een stevige 100.000-klapper? Of hoe zit het met uw liefde voor het betere knalwerk?
Pauline Krikke: ,,Nou, veel verder dan sterretjes aansteken gaat het niet hoor. Ik vind siervuurwerk supermooi. Maar u treft me niet op oudejaarsavond tegen zessen aan met zo’n weet-ik-hoeveel-duizendklapper.”

Een bijzonder onderdeel van de plannen is de proef met vrijwillige vuurwerkvrije zones. Hoe werkt dat?
,,Stel: verderop in de straat ligt een speeltuin. Jij en je buren vinden dat daar eigenlijk geen vuurwerk afgestoken moet worden. Je gaat in overleg daarover en als iedereen het wil, vraag je een bord aan de gemeente en dan is het een vuurwerkvrije zone.”

Maar als de buurman op nummer 10 het ermee oneens is, is het heibel.
,,Je zult zien dat mensen het over heel veel plekken snel eens worden: speeltuinen, bepaalde pleinen: er zijn echt plekken in de wijk waar het logisch is dat er niks wordt afgestoken. En die buurman kan ook ergens anders zijn vuurwerk afsteken. Het gaat niet over complete wijken of een stadsdeel.”

En bewoners controleren dan zelf?
,,Ja, wij stellen borden ter beschikking, maar we kunnen niet handhaven. Omdat we daar bij lange na de capaciteit niet voor hebben natuurlijk, maar ook omdat we het feest echt willen teruggeven aan de bewoners. Dit helpt daarbij.”

De massale respons – dik 13.000 deelnemers – op een Haagse enquête geeft maar weer aan hoezeer het onderwerp leeft. En de uitkomsten zijn helder: voor een groot vuurwerkvrij gebied is niet genoeg draagvlak.

Zo’n dertig procent van de deelnemers vindt het (heel) belangrijk om zelf vuurwerk te mogen afsteken, tegenover zestig procent die dat (helemaal) niet belangrijk vindt. En 64 procent van de ondervraagden ziet heil in vrijwillige knalvrije straten of pleinen. Zolang het op ‘hyperlokaal niveau’ is, kan dat werken, geloven de onderzoekers en de gemeente. De proef in stadsdeel Scheveningen moet uitwijzen of dat in de praktijk inderdaad goed uitpakt.
Routine

Het rapport biedt verder een boeiend beeld van verschillende opvattingen tussen aangrenzende wijken, met soms ‘bruuske’ scheidingen, zoals bij de Vogelwijk (vóór andere vuurwerkregels) en Duindorp (meer tegen): ,,Mensen vieren de jaarwisseling vanuit een sterke routine”, constateren de onderzoekers. ,,En de verschillen in opvattingen gaan diep: de buurt doet er minder toe dan ‘ons soort mensen’.”

Dus is het devies voor de gemeente: help buurtbewoners bij het maken van die nieuwe hyperlokale afspraken, maar ga er niet als een scheidsrechter bovenop zitten.

Er is niet veel draagvlak voor een totaalverbod. Terwijl experts en politici daar wel op aandringen.
,,Die tijdgeest zie ik ook. Maar ik vind: er loopt een onderzoek, dan moeten we niet nu alvast conclusies trekken. En als je ingrijpende maatregelen neemt, zoals een vuurwerkverbod, dan moet dat gelden voor het hele land, niet voor één stad.”

Bron : Algemeen Dagblad